|
wat is opwekking?
Opwekking is een begrip dat gebruikt wordt door christenen
die geestelijke vernieuwing zoeken. Zij ervaren hun geestelijke
en kerkelijke leven als dor en droog. Door gebed en toewijding
proberen zij God te bewegen hen tot verandering te brengen.
Soms worden individuen, kerken of een hele omgeving aangeraakt
door de Geest van God, waarbij het effect daarvan jarenlang
te zien te blijft. Het zoeken naar opwekking is legitiem.
Helaas gaat het bij het zoeken niet altijd goed, zoals
in het geval van Kwasizabantu.
|
|
het begin van Stegens 40 jarige
opwekking
Stegen begon zijn loopbaan als evangelist en deed 12 jaren tentevangelisatie
onder de Zoeloes, maar zonder succes [5]. Om
uit de impasse te raken probeerde hij allerlei cha-rismatische
methoden uit en bezocht o.a. de Zionisten (wie zijn de Zionisten
[6]) om te kijken waar de sleutel van hun succes
lag [7]. Toen niets mocht baten zonk de moed
hem in de schoenen. In die tijd kwam hij dagelijks met een aantal
Zoeloes in Maphumulo samen om te bidden. Op zekere dag kregen
ze het idee dat God iemand zocht, die als kanaal van God zou
kunnen fungeren en tot hen zou kunnen spreken. Niet lang daarna
daalde de "Geest" op de Zoeloevrouw Masaga neer (uthole
uMoya) [8]. Zij werd Stegens gebedsvrouw (abathandazi),
die hij sindsdien steeds zou raadplegen. Door de ontmoeting
van Stegen met deze Zoeloevrouw vond een verstrengeling plaats
van de traditionele Zoeloereligie met het christelijke geloof.
Een interreligieus experiment dat waarschijnlijk tot de huidige
dag voortduurt: een blanke zendeling, die een Zoeloevrouw in
trance laat gaan en zo rechtstreeks toegang tot God meent te
hebben. Hij krijgt direct antwoord op
al zijn vragen en is zo altijd precies van Gods wil op de hoogte
[9]. Daarom moet iedereen naar hem luisteren.
Stegen vond zijn ervaring zo belangrijk
dat hij iedereen opriep om hun geestelijk leven bij hem en zijn
Zoeloeprofetes te laten doorlichten [10].
Hij maakte de trances wijd en zijd bekend, zodat van heinde
en verre mensen kwamen opdagen. Stegen noemde de trances de
doorbraak naar de opwekking [11]. Langzamerhand
kwamen er enkele profetessen bij. Ervaringen van warmte of vuur,
genezingen, bevrijdingen, exorcisme, glossolalie, dromen en
visioenen kwamen als een stortvloed opzetten [12].
Op Kwasizabantu worden de Zoeloeprofetessen tegenwoordig de
biddende mamma's genoemd. Stegen meent dat zij door de Heilige
Geest profeteren (ukuprofetha); dit moet echter verstaan worden
als het waarzeggen (ukubhula) van de traditionele waarzegger
(isangoma) [13].
Omdat het verloop van leden in
de beweging groot is, zijn er na 40 jaar nog weinig leden die
iets weten over de rol van Stegen en zijn Zoeloeprofetessen.
De laatste decennia heeft Stegen de nieuwe volgelingen opzettelijk
onkundig gehouden van de profetische activiteiten. Zij wijzen
zelfs het bestaan daarvan als leugens en laster van de hand.
Daarmee is Stegen in een spagaat terecht gekomen: enerzijds
gebruikt hij de trances voor het management van zijn beweging,
anderzijds is hij financieel afhankelijk van christenen die
dergelijke interreligieuze experimenten nooit zullen goedkeuren.
[5] STEGEN E, 1993. Opwekking
begint bij jezelf, Middelstum: Stg Kwasizabantu Zending, pg.
41.
[6] SUNDKLER, BGM 1976. Zulu Zion, and some
Swazi Zionists, London: Oxford University Press.
[7] REDINGER E, voormalig gemeentelid en medewerker
van Claridge, medewerker van Stegen van 1967-1968, interview
op 28-12-2006.
[8] MBANGO O, medewerker van Stegen in 1967,
getuigenis in 2001.
[9] REDINGER E, ibid. getuigenis punt 34 en
35.
[10] BARTELS H, voormalig gemeentelid van Claridge,
interview op 13-11-2004.
[11] REDINGER E, ibid. interview op 14-07-2006.
[12] De geest viel het eerst Magasa, ook wel
Hilda Dube genoemd. Later kwamen Josephina Ntsinbande, Helen
Mzila en twee dochters van Dube, Thofozi en Lindiwe erbij (MBANGO
O, getuigenis in 2001).
[13] Critici verwijten de AIC's (Afrikaans
onafhankelijke kerken) dikwijls ukuprofetha en ukubhula te verwisselen
(Vgl. ZULU M / LADEMANN-PRIEMER G, 1992. Sonderheft 14: Evangelium
und Zulu-Bräuche. Marburg: Africana Marburgiensia, pg.
35)